Vol goeie moed ben ik 2018 begonnen als jaar waarin ik op het gebied van hardlopen zo'n beetje vanaf nul begin. Natuurlijk heb ik in 2017 ook gelopen. Maar wel met behoorlijk wat hapering. Een dubbele longontsteking hield me begin van het jaar langdurig in bed. Het zal aan het einde van de zomer zijn geweest dat ik pas weer het gevoel had helemaal hersteld te zijn. Daarom is in 2017 ook geen enkel persoonlijk record gesneuveld... of wacht eens even! Tijdens de Asselse 2 mijl liep ik wel degelijk mijn persoonlijk snelste 2 mijl.
Anyway: 2018 start na (opnieuw) klachten met de longen op een punt waarop ik rustig aan 10 kilometer kan lopen, maar echt gas geven slechts een kilometer of 2.
Ik probeer mijn wedstrijden van 2018 via deze blog een beetje bij te houden. En het eerste loopje van het jaar was in Voorthuizen, mijn geboortedorp. Voetbalclub VVOP organiseert elk jaar (dit jaar voor de 40e keer) een cross om de leden van de club wat in beweging te krijgen na de oliebollen. De sfeer is gemoedelijk en zo nu en dan zie ik een bekend gezicht van iemand die bij mij op de kleuterschool heeft gezeten. De omroeper kent bijna iedereen van naam, of anders wel van gezicht. "Ah, dat is er eentje van Donkersgoed die hier nu finisht, en daar een Middendorp, dat zie je zo". Twee zoons en een dochter deden gezellig mee aan de kidsrun van hun leeftijd. Het aantal kinderen van VVOP dat daarvoor te porren is, viel me toch een beetje tegen. Mijn zoon van 14 liep met 11 jongeren zijn wedstrijdje (4 kilometer). Hij was ook de enige die deze dag op het podium mocht komen met zijn 2e plaats.
Halverwege de middag was het tijd voor de cross voor volwassenen. 6,8 kilometer waarvan een groot deel door het Wilbrinkbos, in Voorthuizen beter bekend als het Heuveltjesbos of De Heuveltjes. Eigenlijk is er in dat bos maar één heuvel te vinden, een langgerekte oude stuifduin. Uiteraard ging het parcours wel vier keer de heuvel op en weer af.
Omdat het aantal van 175 deelnemers nooit fatsoenlijk over de smalle tijdwaarnemingsmat zou kunnen komen, werden we naar de andere kant van het voetbalveld gemanoeuvreerd en nadat iemand met een grote koeienbel klingelde bleken we gestart te zijn. Met mijn conditie en vorm heb ik eigenlijk nog niks te zoeken bij een wedstrijd, maar dit moest maar beschouwd worden als een leuke training in een gebied waar ik als kind vaak speelde. Rustig aan liep ik met de stroom mee, voor het eerst in zeven jaar waarin ik een wedstrijd niet zo hard mogelijk liep. Bij het beklimmen van de heuvel liep ik achter mijn oud-korfbalteamgenootje Monique aan. Ik herkende nog steeds haar loopje. Het horloge gaf een keurige 5 min/km aan en ik snoof de frisse boslucht op.


