Vanaf Paleis Het Loo loopt de Amersfoortseweg van Apeldoorn naar het westen. Wanneer je na een paar kilometer vlak voor hotel De Echoput het bos in loopt, betreed je een mooi pad dat na je 10 kilometer in Elspeet moet brengen.
Vorige week besloot ik nog even een frisse neus te gaan halen en op dat pad mijn wandeling te starten. Ergens rechts van het pad moest een kunstwerk van betonnen boomstronken staan dat De Kathedraal heet. En moest het pad lopen dat naar een prachtig uitzicht en grafsteen van de hofmeester van Koning Willem III zou leiden. Ik vond het niet. Dus besloot ik maar verder te lopen.
Na ruim 3 kilometer viel het me op dat je kale winterbomen een soort rode gloed over zich hadden. Dit deel van het bos wordt, zo bleek thuis op Google Maps, de Roode Heggen te heten. Omdat het een grijze dag was, kon ik me niet op de zon oriƫnteren, dus was ik op het kompas en de gps van mijn mobiele telefoon aangewezen. Maar hoe ik het ook probeerde en de gps aan het werk zette, mijn telefoon bleef stug volhouden dat ik me nog bij mijn auto aan de rand van het bos bevond. Op welk pad ik me precies bevond, ik had geen idee. En waar ik heen moest ook niet. Dus besloot ik maar verder te lopen.
Het lopen ging moeizaam. De ondergrond was zandering, zoals het hele pad daarvoor. Of ik op een vals plat omhoog liep.. ik kon het niet zien. En hoe rustig ik ook wandelde, het voelde of ik tempo maakte, ik raakte licht buiten adem, de lucht leek dikker. Plotseling kwam uit de verte een terreinwagen met hoge tempo en gevolgd door een grote stofwolk mijn kant op. 100 meter voor me dook de wagen een zijpad in en verdween. Uit de optrekkende stofwolken zag ik een donkere gedaante, een man verschijnen die me tegemoet kwam. Nu loop ik vaker alleen ver van de bewoonde wereld en kom ook wel eens eenzame wandelaars tegen, maar deze omgeving voelde toch raar. Alsof de temperatuur wat daalde..
Het was stil overal. De dorpjes en buurten waar hij door reed, lagen al te slapen tegen de heuvelhellingen. Het ketsen van de hoeven sloeg de stilte stuk en in het bos schreeuwde de boshaan: ‘Krie-oe, k-krieg-oe.’ Dat hoorde de boerenknecht wel, maar hij was een onverschillige jonge kerel en hij schreeuwde terug, zodat de slapende echo’s ervan wakker schrokken. Diep in de nacht kwam hij eindelijk bij de Hoge Duvel. Hij herinnerde zich de verhalen die hij gehoord had over de boze geest Osschaert die daar huisde en een plaag was voor heel de omtrek, totdat de heilige hermiet die aan het Uddelermeer woonde, met een ijzeren kruis de kwelduivel teruggedrongen had op de Hoge Duvel, waar hij negenennegentig jaar blijven moest. De boer bij wie de knecht diende, had de boze Osschaert wel in de struiken horen snurken, en ook wel een blauw licht op de Hoge Duvel gezien. En de buurman had er eens honend geroepen: Griepke, griepke grauw, als je me griepen wilt, griep me dan gauw. Toen was er een groot zwart monster met vreselijke zwaarte boven op hem gesprongen. Hij had de klauwen in de rug gevoeld en dacht het te zullen besterven. Hij had gelopen met de laatste kracht van de wanhoop, tot het monster eensklaps losliet, want verder dan de Hoge Duvel kon het niet komen.
Er stond een oude eik links langs de kant van de weg met een soort klein grafsteentje aan zijn voet. "Kroezes eik" stond erop vermeld. Op dat moment kreeg mijn gps voor het eerst die middag de geest en liet me zien dat ik aan de voet van de Hoge Duvel stond. Zo heette het bos daar. Op mijn kaart zag ik dat ik het beste achter de wegstuivende terreinwagen aan kon lopen om zo de Aardhuisweg richting Uddel te bereiken. Ik liep linksaf het zandpad in en 100 meter na me volgde de donker geklede man me.
En boven op de berg gekomen riep hij uit alle macht: Griepke, griepke grauw, als je me hebben wilt, griep me dan gauw.. Er sloeg een vlam uit de wei omhoog, een dreunende slag volgde. Het paard steigerde hoog op, zodat de jongeman, als hij een minder goed ruiter geweest ware, eraf gestort zou zijn. Tegelijkertijd zag de knecht achter zich een groot zwart gevaarte op hem afkomen dat met vurige klauwen naar hem greep. Hij zette het paard in draf en met de oren in de nek stormde het met zijn berijder de berg af. De boze Osschaert bleef achter. Wel was de ruiter wat geschrokken, maar zich bij de eik aan de voet van de berg veilig achtend, nu het monster hem niet verder volgen kon, keerde hij zich op het paard om en lachte de kwelduivel honend uit. Daar stootte de geest een woedend gebrul uit dat ver in het rond weerklonk en uit het bos dat ter weerszijden van de weg gelegen is en de Rooie Heg genoemd wordt, sprongen een aantal weerwolven met groen lichtende ogen tevoorschijn. Nu was het lachen uit en de roekeloze knecht werd door een grote angst bevangen. Het schichtige paard stormde als een wervelwind over de weg.
Door er stevig de pas in te zetten nam ik afstand van de eenzame donkere wandelaar en kwam ik langs het prachtige Hoog Soerense Veld, dat ik nog nooit had bezocht. Al gauw kwam ik via verharde fietspaden weer terug bij mijn auto. 'Dat bos voelde raar' bleef in mijn hoofd hangen.
Een paar dagen later besloot ik dezelfde ronde hardlopend af te leggen. Inmiddels had ik het verhaal van de boze geest van de Hoge Duvel gelezen. Soepel liep ik het bos in. De Roode Heggen lagen er vredig bij. Richting de Hoge Duvel voelde ik de weg stijgen en de benen zwaarder worden. Waar was Kroezes eik? Daar moest ik links. Ik vond hem niet. En elk pad links leek op de vorige. Op de gok sloeg ik af en deze gok bleek goed. Natuurlijk.. hoge duvel, een heuvel, mul zand, zware benen, minder zuurstof, dicht bos, koelere temperaturen. Heel mysterieus was het allemaal niet. Na een stevige ronde van bijna 13 kilometer, waarvan de helft onverhard, stond ik weer veilig bij mijn auto. Thuis voerde ik mijn training in op afstandmeten.nl en keek eens naar de hoogte kaart. Roode Heggen, + 83m boven NAP, daarna daalt de weg naar de Hoge Duvel tot + 77m. Dus toch een mysterie?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten