Running Terp
woensdag 10 januari 2018
Wintercross VVOP
Anyway: 2018 start na (opnieuw) klachten met de longen op een punt waarop ik rustig aan 10 kilometer kan lopen, maar echt gas geven slechts een kilometer of 2.
Ik probeer mijn wedstrijden van 2018 via deze blog een beetje bij te houden. En het eerste loopje van het jaar was in Voorthuizen, mijn geboortedorp. Voetbalclub VVOP organiseert elk jaar (dit jaar voor de 40e keer) een cross om de leden van de club wat in beweging te krijgen na de oliebollen. De sfeer is gemoedelijk en zo nu en dan zie ik een bekend gezicht van iemand die bij mij op de kleuterschool heeft gezeten. De omroeper kent bijna iedereen van naam, of anders wel van gezicht. "Ah, dat is er eentje van Donkersgoed die hier nu finisht, en daar een Middendorp, dat zie je zo". Twee zoons en een dochter deden gezellig mee aan de kidsrun van hun leeftijd. Het aantal kinderen van VVOP dat daarvoor te porren is, viel me toch een beetje tegen. Mijn zoon van 14 liep met 11 jongeren zijn wedstrijdje (4 kilometer). Hij was ook de enige die deze dag op het podium mocht komen met zijn 2e plaats.
Halverwege de middag was het tijd voor de cross voor volwassenen. 6,8 kilometer waarvan een groot deel door het Wilbrinkbos, in Voorthuizen beter bekend als het Heuveltjesbos of De Heuveltjes. Eigenlijk is er in dat bos maar één heuvel te vinden, een langgerekte oude stuifduin. Uiteraard ging het parcours wel vier keer de heuvel op en weer af.
Omdat het aantal van 175 deelnemers nooit fatsoenlijk over de smalle tijdwaarnemingsmat zou kunnen komen, werden we naar de andere kant van het voetbalveld gemanoeuvreerd en nadat iemand met een grote koeienbel klingelde bleken we gestart te zijn. Met mijn conditie en vorm heb ik eigenlijk nog niks te zoeken bij een wedstrijd, maar dit moest maar beschouwd worden als een leuke training in een gebied waar ik als kind vaak speelde. Rustig aan liep ik met de stroom mee, voor het eerst in zeven jaar waarin ik een wedstrijd niet zo hard mogelijk liep. Bij het beklimmen van de heuvel liep ik achter mijn oud-korfbalteamgenootje Monique aan. Ik herkende nog steeds haar loopje. Het horloge gaf een keurige 5 min/km aan en ik snoof de frisse boslucht op.
zondag 27 december 2015
Trailrunning over koninklijke renbaan
23 kilometer over asfalt vind ik een verrekte lang stuk. Een afstand die ik eigenlijk vrijwel nooit train. En op dit moment zit ik in mijn trainingsopbouw ook nog maar op een kilometer of 17. Over asfalt. De Winterwisenttrail kent geen asfalt, is niet vlak en pakt oneindig lang smalle bospaadjes, mulle ruiterpaden of mountainbiketracks. Daar moet ik maar ingaan met een marathonmentaliteit. Per slot van rekening zit er in een trainingsschema voor een marathon ook nooit een duurloop van 42 kilometer. It's gonna hurt, maar ik doe het mezelf aan..
Als liefhebber van de Veluwse natuur ken ik verschillende stukken bos als mijn broekzak. Hoewel het parcours pal tegen Apeldoorn aan ligt, zijn er maar een paar stukjes in de route waar ik eerder geweest ben. Oftwel: ik weet niet wat me te wachten staat. Foto's op Facebook van de routeverkenning, waarbij met handen en voeten steile hellingen beklommen moeten worden, joegen me flink de schrik aan.
Wat ik erg tof vind, is dat de 16 en 23 kilometerroutes ook lopen over wat in 1844 nog een paardenrenbaan was van de prinsen Willem III (later koning) en Alexander, zonen van koning Willem II. Samen met adellijke vrienden uit heel Europa hielden ze zich bezig met de valkenjacht (er werd gejaagd op reigers) en vermaakten ze zich met het rennen met dure paarden. Daarvoor werd gedurende 4 jaar een baan gebruikt op het Orderveld. Na deze periode werd een nieuwe baan aangelegd tussen de Echoput en het Aardhuis, een stukje noorderlijker. Dat zag er toen zo uit:
dinsdag 3 november 2015
(Vooral geen) kilometers maken
Wekelijks krijg ik allerlei nieuwsbrieven van loopbladen en -websites met tips, trucs, trainingen en lijstjes. 10 Gerechten die je sneller maken. 7 Dingen die je niet mag vergeten als je morgen een wedstrijd hebt. 5 Doodzondes van de gemiddelde hardloper. En ja hoor, daar stond ie! "Te weinig rust nemen." En laat ik me daar (qua hardlopen) nou net niet schuldig aan maken..
Na een paar jaar ietwat ontevreden naar mijn aantallen kilometers te hebben gekeken, moest het er dit jaar maar eens van komen: minimaal 1.000 kilometer hardlopen. Een kilometer of 20 in de week. Dat moet geen probleem zijn bij 3 keer in de week lopen. Zelfs goed haalbaar bij 2 rondjes rennen wekelijks.
De teller staat na 10 van de 12 maanden op 580 kilometer. Het lijkt er verdacht veel op dat ik rond de jaarwisseling net als in 2014 en 2013 rond de 700 kilometers uitkom. Wat een luilak ben ik toch.
Of..of is het feit dat ik gewoon niet aan meer dan 1 rondje per week toekom door een druk gezin, een fulltime baan een tijd vretende vrijwilligersjob bij Staatsbosbeheer mijn redding, mijn voorbehoedsmiddel dat blessures en overtraining tegengaat?
Ja dat is het! Ik heb nooit blessures, ik ben altijd uitgerust als ik aan mijn volgende training begin, haha wat een vinding zeg!
Maar wacht eens even. Alle geleerden zijn er over eens dat je met 3 trainingen in de week je conditie opbouwt. Dat 2 trainingen niet meer en niet minder dan een beetje onderhoud is en dat 1 training per week.. ach, welke sukkel loopt er nou slechts 1 keer per week, afgezien van prille beginners?
Hoe komt het dan dat op alle afstanden die ik dit jaar gelopen heb, mijn persoonlijke records dit jaar gevestigd zijn? Op zowel de 5, 10 als 15 kilometer heb ik al jaren lang een progressie van zo'n 5% per jaar. Dat zwakt niet af, zeker op de 5 en 10 kilometer heb ik juist dit jaar nog wat meer dan 5% van mijn beste tijd afgesnoept. Met mijn dozijn kilometertjes per week.
Wie het weet mag het zeggen. Tot die tijd, chill en relax ik me naar mijn volgende wedstrijd toe en loop ik daar fris en fruitig al mijn oude tijden uit de boeken.
vrijdag 24 juli 2015
Ik doe nog mee
Ik moet wel zeggen dat de gezondheid en dan vooral van de luchtwegen het loopplezier afgelopen winter flink in de weg hebben gezeten. Maar langzamerhand zag ik dat de afstanden en de snelheid van weleer weer terug zijn. Ik doe nog mee.
Samen met mijn oudste zoon trainen voor de 8 van Apeldoorn en hem vervolgens ook samen lopen was een wens die ik in eerdere blogs al eens beschreef. De route van 'de 8' is dit jaar vernieuwd en kan kortweg beschreven worden als: 4 kilometer klimmen en 4 kilometer dalen. Klimmend zag ik mijn zoon langzaam van me weglopen. Maar dalen is een absolute specialiteit van me, dus kon ik hem snel weer terugpakken. Op de Loolaan constateerde ik tevreden dat ik hem ondanks de slechte longen die dag nog mooi was voorgebleven... totdat ik op de finishlijn een flinke klap op de schouder kreeg. Yep, daar was-ie. In exact dezelfde eindtijd. Mijn zoon.
Half juli is traditioneel het moment om deel te nemen aan Voorthuizen Loopt. Zoon1 en zoon2 hadden zich ingeschreven voor de 5 kilometer. Nadat zoon2 vorig jaar het familierecord scherp zette (op 20'23) was dit mijn kans op revanche. Naast mijn zoons deden ook nog 2 broers en een neefje mee. Gezellige boel. Maar ergens kreeg ik het onderbuikgevoel dat ik na de 3 youngsters wel eens genoegen moest nemen met de titel 'snelste volwassene van de familie', ook al had ik flink getraind om voor het eerst onder de 20 minuten te lopen.
D-day brak aan en de temperaturen klommen tot grote hoogte. Als koud-weer-loper konden alle schema's de ijskast in en was het met veel water voor, tijdens en na het lopen de schade beperkt houden. Al na 100 meter hadden mijn beide zoons zich sneaky op 10 meter achter me gepositioneerd en liepen ze mijn tempo mee. Okay, eigen race lopen dan maar. De route van Voorthuizen Loopt bestaat uit ronden van 2,5 kilometer en precies na 1 ronde dribbelde zoon2 me met een grote grijns op zijn gezicht voorbij.
In de felle zon kon ik niet aanhaken zonder mezelf op te blazen en hij kon bijna 100 meter uitlopen. Halverwege de ronde is er een kilometer met schaduw. Dat was mijn laatste kans. In de relatieve koelte zette ik alles op alles om naar hem toe te lopen en zodra we het dorp weer inliepen, was mijn achterstand nog slechts 10 meter. In de laatste bocht voor de finish keek mijn zoon om en schrok dat ik zo dichtbij was. Met een eindsprint vloog hij over de meet. 3 seconden later gevolgd door zijn vader. Binnen 20 seconden was ook zoon1 binnen en konden we met rode hoofden onze medailles in ontvangst nemen.
3 seconden. Wat is nou 3 seconden? Een meter of 10 à 12. De revanche is niet gelukt, maar ondanks dat kan ik zeggen: ik doe nog mee.
zondag 9 november 2014
Nijmegen, here we come
Op deze plek heb ik al een paar keer gedroomd over snelle, heel snelle tijden tijdens deze editie van de Zevenheuvelenloop. Ik heb de lat hoog gelegd en gehoopt dit jaar 5, 10, 15 kilometer lang een snelheid van 15 km/u of 4'00m/km te lopen. Maar zover ben ik nog niet.
De Zevenheuvelenloop is in vele opzichten een prachtige loop.
1. De heuvels. Ik ben dol op heuvels. Wat ik verlies heuvelop maak ik meer dan goed heuvelaf. In de heuvels ben ik dus sneller dan op vlak.
2. Het moment. Half November. Het risico dat het te warm is voor een topprestatie is nihil. Met een temperatuur van gemiddeld een graadje of 9 zelfs vrijwel ideaal.
3. De afstand. Als analoge loper, zonder smartphone op zak, maar alleen maar voorzien van stopwatch op mijn horloge, kijk ik elke kilometeraanduiding of ik op schema lig. Best een fijne activiteit, dat hoofdrekenen tijdens het lopen. En op een afstand van 15 kilometer wordt dat je wel heel makkelijk gemaakt. Loop ik gemiddeld 4'12m/km dan zit ik op een eindtijd van 63 minuten. Stijgt het tempo 1 seconde per kilometer, dan finish ik 15 seconden sneller. Dus elke 4 seconden per kilometer is een minuut winst of verlies. Simpel.
Okee, de 1'04'45 van vorig jaar is haalbaar. De PR van 1'03'45 klinkt ook best realistisch gezien mijn vorm. In mijn tas zit al enkele weken een schema voor een 1'03'00. En eigenlijk wil ik daar nog iets onder.
Vanavond heb ik een laatste test gedaan. Het plan was vlakke kilometers van 4'10m/km te lopen. Dat lukt me dus niet zo goed. Ik start gewoon te snel. 3'56, 3'58 waren mijn eerste kilometers. En die voelde ik wel. En dat moet natuurlijk niet. De kilometers moet je niet na 2 kilometers al voelen. Doseren is het devies dus. Rustig starten!
Gelukkig ging er ook wel iets wel goed. In mijn schema voor zondag staat bij de laatste 3 kilometer een 4'00m/km, licht heuvelaf. En vanavond liep ik met 4'07, 4'02 en 3'51 precies die gevraagde 12 minuten over 3 kilometer.
Een tijd onder het uur, nee dat gaat het niet worden. En ik moet mezelf zeer streng toespreken als ik zondag alsnog achter die pacer van 60 minuten aanjaag. Niet doen! Maar zo min mogelijk minuten daarboven is een mooi streven. We gaan het zien.
Nijmegen here we come!
donderdag 4 september 2014
Tess
"Sta je goed, Tess? Zitten je veters vast Tess?" Ik sta naast een man en een vrouw op twee meter afstand van de startlijn van de Runnersworldloop. De ouders roepen naar hun dochter Tess die strak vooraan staat, klaar om weg te stuiven als het startschot klinkt. Op elke vraag hoor ik "Jahaa" uit de mond van een jong meisje. Als de mannen voor me even wijken, zie ik het: een hoofd vol blonde krullen op zo'n 1 meter 40 hoogte. En ik herken haar!
Afgelopen zomer deed -afgezien van mijn vrouw- iedereen uit mijn gezin mee tijdens Voorthuizen Loopt. Naast knappe prestaties van mijn eigen kroost viel daar ook een meisje op dat de kidsrun won, ze was sneller dan alle jongens zelfs. Dat was Tess.
Van haar ouders begrijp ik dat ze 9 jaar oud is en mikt op een tijd van 21 à 22 minuten op de 5 kilometer. Wauw! Dat is rap!
PANG! Het schot klinkt en we gaan. Na een paar honderd meter krijg ik haar in het vizier. Ze loopt dapper mee met alle mannen. Wanneer ik mijn tempo een beetje te pakken heb blijkt dat Tess en ik ongeveer even snel zijn. 10 meter loopt ze voor me en ik kom geen meter dichterbij.
Na zo'n 3,5 kilometer is de pijp een beetje leeg voor haar en haal ik haar eenvoudig in. De zich warmlopende 10-kilometer-lopers hoor ik continu bewonderende opmerkingen maken. "Moet je dat kleine ding eens zien, die gaat hard zeg!".
Op 500 meter voor de finish hoor ik uit het niets.. tip-tap-tip-tap een klein meisje voorbij komen. Een mooi richtpunt voor mijn eindsprint.
20'24 klok ik. Dat zou een verbetering van mijn pr zijn met 1 seconde. Maar Tess heb ik niet kunnen bijhouden... dacht ik... Ik heb nog geen finishfoto gezien, maar de officiële uitslag geeft Tess een nettotijd van 20'25. 4'05m/km, meisje, 9 jaar.
Tess van Randtwijk, onthou die naam. Als zij straks alle Nederlandse records van Jip Vastenburg uit de boeken loopt, kan ik zeggen: daar heb ik nog tegen gelopen.
dinsdag 27 mei 2014
00'59'59
Ik ben dol op dromen. Maar dromen die nauwelijks realistisch zijn, maar die je tóch waar wilt maken, daar word ik wel een beetje nerveus van.
Met mijn inschrijving voor de Zevenheuvelenloop in november (pff ver weg) begon er zo'n droom weer te kriebelen: zeven heuvelen binnen het uur lopen. 15,0001 km/u lopen, 15 kilometer lang. Eigenlijk geloof ik er niet in, dat dat mij gaat lukken. Maar anderen kunnen het ook. En met mijn 1'04'49 vorig jaar kwam ik (na 1'09 in 2012 en 1'15 in 2011) al best in de buurt. Maar ja, dat was ook wel mijn ultieme prestatie tot op heden. Zelfs tijdens mijn PR op de 10 km was ik niet sneller.
Ik ga dus de komende 5 en halve maand maar eens kijken wat ik kan doen om de magische barrière te overbruggen. Tips zijn welkom. Durf te vragen.







